Als je baby vier maanden is, begin je met het geven van oefenhapjes. De eerste keren zal hij vreemd kijken: houd je camera bij de hand. Hoe leer je je kleine gevarieerd smullen?

Een echte mijlpaal, dat eerste hapje als je baby zo’n vier maanden oud is. Het is die eerste paar maanden een extraatje, want de basis blijft voorlopig borst- of flesvoeding. Het is wel belangrijk om met hapjes te beginnen, omdat de smaakontwikkeling zich nu heel snel ontwikkelt. Je begint het beste met een groentehapje. Hiermee is de kans groter dat je baby straks hartige smaken waardeert en later méér groenten eet. Een fruithapje is van nature zoeter, dus dat zal hij makkelijker accepteren. De hapjes die je nu aanbiedt, zijn heel fijn van structuur. Dit voelt glad en prettig aan in je baby’s mondje. Het liefste proeft hij zijn hapjes lauw, net zoals de moedermelk.

Milde smaken

Je baby heeft bij zijn geboorte duizenden smaakpapillen. Een volwassene nog maar 250. Je baby is dus heel gevoelig voor smaken en gaat het liefst voor mild. Naarmate je kind groter wordt, kan hij steeds meer smaken aan, ook als deze uitgesprokener zijn.

Happen van het lepeltje

Je biedt het hapje aan op een plastic lepeltje. Dit is voor je baby eenvoudig afhappen, al zal hij de kunst niet direct onder de knie hebben. Het vereist een andere techniek dan drinken. Kijk niet gek op als hij er na een paar hapjes genoeg van heeft. Morgen weer een poging. Doorgaans duurt het zo’n tien keer voordat een baby een nieuwe smaak accepteert. Blijven aanbieden dus: al proeft hij maar één hap van een nieuwe groente, dan is dat ook al goed.

Potje of zelfgemaakt hapje?

Dat is aan jou. Het levert dezelfde voedingswaarde op. Natuurlijk is het leuk om zelf hapjes te bedenken. Maar als je weinig tijd hebt, voel je dan niet schuldig. Kies in het begin liever voor potjes waarin verschillende smaken niet gemengd zijn. Zo leert je baby de smaken onderscheiden. Op de potjes staat de leeftijd vermeld, zodat ook qua structuur het hapje is aangepast aan wat je baby aankan.

Brood en pasta

Rond de zes maanden wordt de structuur van de hapjes wat grover. Je mag je baby nu ook pap, brood en pasta aanbieden. Dit geeft een heel ander mondgevoel. Je kind leert zijn kaken en mondspieren gebruiken. Een goede mondmotoriek helpt bij het leren praten. Tip: kauwen op een broodkorstje helpt als je kleine last heeft van doorkomende tandjes.

Variatie

Je kunt steeds meer variatie in het eten aanbrengen. Je baby eet rond de acht maanden voorzichtig een beetje vlees(vervanger) of vis. Probeer qua groente eens andere bereidingswijzen. Gekookt smaakt het anders dan rauw of uit de wok. Soms lust je baby dan ineens iets wél. Naarmate hij ouder wordt, gaat zijn voorkeur waarschijnlijk steeds meer uit naar eten met een ‘bite’ in plaats van zachtgekookte groente. Misschien is de methode Rapley iets voor jouw baby: je biedt grove stukken groente en fruit aan, waaruit je baby zelf kiest. Kijk op internet voor tips.

Bijna baby-àf?

Een volwaardige maaltijd voor je baby aan het eind van zijn eerste jaar bestaat uit pasta, rijst of aardappelen met daarbij groente, vlees(vervanger), vis of een eitje. Als het goed is, heeft hij voldoende smaken leren waarderen en eet hij met de pot mee.

Zomerse smoothie

Meer groente voor je oudere baby: maak een zomerse smoothie met een combinatie van fruit én groente. Bijvoorbeeld avocado, broccoli, bessen, banaan en kokoswater. Of met banaan, kiwi, wortel- en sinaasappelsap.